Op 26 september 1985 deed Coluche een oproep, die aan de basis lag van de eerste Resto’s du Cœur in België. Veertig jaar later hadden zij graag kunnen zeggen dat die oproep tot het verleden behoort. Maar niets is minder waar: nooit eerder was de nood aan voedselhulp zo groot.
In 2019 deelden de Belgische Resto’s du Cœur ongeveer 670.000 maaltijden uit.
In 2025 liep dat aantal op tot 1.569.180 maaltijden en voedselpakketten. Een stijging met 134% in amper zes jaar tijd[1].
In België doen maar liefst 600.000 mensen[2] een beroep op voedselhulp. Dat aantal stijgt al tientallen jaren en ligt inmiddels 30% hoger dan vóór de coronacrisis.
Op 26 september 2026 slaan Overleg Voedselhulp van de Federatie van de Maatschappelijke Diensten en de Resto’s du Cœur de handen in elkaar om aandacht te vragen voor de toenemende bestaansonzekerheid en de verzwakking van de voedselhulp.
Samen zullen ze aan het Brusselse Justitiepaleis de ‘Rij van de Lege Borden’ vormen.
[1] Federatie van de Maatschappelijke Diensten, ‘Les chiffres de l’aide alimentaire – étude quantitative’, juni 2026
[2] Fédération des Restos du Cœur de Belgique, ‘Bilan 2025’, juni 2026
De nood aan voedselhulp was nog nooit zo groot. Meer mensen komen in bestaansonzekerheid terecht. OCMW’s en verenigingen staan onder druk. En net nu de behoeften toenemen, slinken de middelen om daar een antwoord op te bieden.
Deze situatie is onhoudbaar geworden.
Sinds begin 2026 kloppen de eerste mensen die hun recht op een werkloosheidsuitkering verliezen aan bij het OCMW. Om de gevolgen van de hervorming in te schatten, ging de regering uit van de volgende hypothese: een derde van de betrokkenen zou opnieuw werk vinden, een derde zou een beroep doen op het leefloon en een derde zou over voldoende eigen middelen beschikken om geen hulp te moeten aanvragen.
Het Rekenhof had er nochtans voor gewaarschuwd dat het aandeel mensen dat op een leefloon zou terugvallen “mogelijks te laag werd ingeschat”[1].
De eerste officiële cijfers geven het Rekenhof gelijk. Van de mensen die in maart 2026 hun recht op een werkloosheidsuitkering verloren, registreert de RVA 37.295 mensen die uit de werkloosheid stroomden en 15.530 mensen die vervolgens een leefloon ontvingen: goed voor 41,6%.
Geen derde dus, maar meer dan vier op de tien personen[2].
Achter die percentages gaan mensen schuil die niet uit de bestaansonzekerheid raken, ook al verdwijnen ze uit de werkloosheidsstatistieken.
Want het is niet omdat je uit statistieken verdwijnt dat je daarom uit de armoede raakt.
Wanneer mensen niet genoeg middelen hebben voor huisvesting, energie, zorg en dagelijkse uitgaven, zullen zij noodgedwongen besparen op voeding. Uiteindelijk zijn het de organisaties voor voedselhulp die de gevolgen daarvan opvangen.
In de wachtrijen voor voedselhulp staan mensen met heel uiteenlopende achtergronden: leefloners, mensen in een kwetsbare arbeidssituatie, eenoudergezinnen, studenten, alleenstaanden, gepensioneerden … En daar komen nu de mensen bij die de gevolgen van de sociale hervormingen ondervinden.
Ondertussen halen de vrijwilligers en medewerkers uit de sector van de voedselhulp onverkochte producten op, zoeken ze partners, kopen ze aan wat ontbreekt en zorgen ze voor vervoer, opslag, voorbereiding en verdeling. Ze passen zich voortdurend aan. Ze zoeken naar oplossingen, maar vinden die niet altijd. Ze doen altijd maar meer en meer.
Maar waar ligt de grens?
Voedselhulp wordt onvoldoende ondersteund door de overheid. Een groot deel van de financiering waarop de sector kon rekenen, is intussen verminderd of volledig weggevallen. De federale regering, die in 2025 nog 27 miljoen euro uittrok voor de aankoop van essentiële producten, heeft het budget in 2026 teruggebracht tot 15 miljoen euro[3].
Hoe kan deze situatie nog houdbaar zijn?
Op het terrein leidt dit tot kleinere voorraden en bijkomende aankopen waarvoor financiering nodig is. Tegelijk moeten voedselpakketten verder samengesteld worden en moeten verenigingen nieuwe financieringsbronnen zoeken.
Voedselhulp is het laatste vangnet. Maar we kunnen dat vangnet niet blijven verzwakken en tegelijk verwachten dat het steeds meer mensen opvangt.
Al jaren springt de sector bij wanneer inkomens tekortschieten, huurprijzen te zwaar doorwegen, energiefacturen en zorgkosten oplopen of het leven onverwachts toeslaat. En nu komen daar ook nog de gevolgen van ingrijpende sociale hervormingen bij.
Hoe kunnen we een sociale noodsituatie aanpakken wanneer de middelen afgebouwd worden net nu de vraag de hoogte inschiet?
Eten is een fundamenteel mensenrecht, geen voorrecht!
Toch schuift de overheid haar verantwoordelijkheid af en laat ze overbelaste lokale diensten en verenigingen alleen opdraaien voor wat eigenlijk tot de nationale solidariteit zou moeten behoren.
De organisaties voor voedselhulp leggen zich hier niet bij neer en komen in actie. Op 26 september 2026 bundelen de Federatie van de Maatschappelijke Diensten en de Fédération des Restos du Cœur de krachten. Ze roepen iedereen die in de sector van de voedselhulp als medewerker of vrijwilliger actief is op om in Brussel de ‘Rij van de Lege Borden’ te vormen. Daarmee willen ze duidelijk maken dat een leeg bord geen statistisch gegeven is. Het betekent dat er een maaltijd ontbreekt.
Wij roepen op om:
Toegang tot voedsel is een fundamenteel recht. Niemand zou ooit moeten kiezen tussen verwarming, gezondheidszorg en eten. Aan dit soort wachtrijen moet een einde komen.
Op 26 september komen we op straat met lege borden.
[1] Commentaar en opmerkingen bij de ontwerpen van staatsbegroting voor het begrotingsjaar 2026, februari 2026
[2] RVA, ‘RVA publiceert tweede monitoring van uitstroom uit werkloosheid na hervorming’, 2 juli 2026.
[3] Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, antwoord van minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt, 11 februari 2026